Hoe zorgen we dat mensen blijven leren, zodat regeneratieve landbouw het nieuwe normaal wordt? Samen met zes leden van de Coöperatie Leren voor Morgen gaan we aan de slag met dit vraagstuk binnen ReGeNl. In deze reeks lees je hoe we dat doen.
Betrokken leden
Regeneratieve landbouw is landbouw die de bodem, het water en de biodiversiteit herstelt in plaats van uitput. Het Nationale Groeifonds-programma ReGeNl wil tot en met 2030 1000 boeren ondersteunen in die omslag, zodat het tussen 2030 en 2040 het nieuwe normaal wordt, in Nederland en daarbuiten. Leren voor Morgen is betrokken bij ReGeNl, met één vraag: hoe zorgen we dat mensen blijven leren, zodat die omslag lukt?
Daarbij staan we stil bij drie vragen: met wie leren we, hoe leren we en wat vraagt dat van ons? We beantwoorden ze met SPARK the Movement, Voedselraden, Koersmakers Educatie, SusMetro, Globe Nederland en Cross Cultural Bridges. In deze reeks nemen we je mee in wat we ontdekken. We beginnen bij SPARK the Movement.
Met wie leren we?
Niemand heeft in zijn eentje het totaalplaatje. Daarom werkt elk lid van de werkgroep aan een eigen project en zoeken we elkaar op waar dat iets oplevert. Zo brengen we onderwijs, praktijk en voedselketen bij elkaar. Daarnaast leren we in de praktijk met boeren, studenten, docenten, bedrijven en overheden in de regio.
SPARK the Movement zet zich sinds 2021 in voor structurele verandering in het onderwijs. Met hen werken we al jaren samen, onder andere in het programma Sustainability Skills, waar onderwijs, bedrijven en overheden in de regio samen werken aan duurzame vaardigheden. Binnen ReGeNl werken we nu samen aan de vraag: hoe kunnen we, samen met boeren, onderwijs en andere partners in de regio, leren bijdragen aan landbouw die de sociale, ecologische en economische balans herstelt?
Hoe leren we?
Voordat je samen kunt leren, is een logisch beginpunt dat je in kaart brengt hoe je samen wilt werken. Daarom hebben we als werkgroep verkend wat we waarderen in een samenwerking. Dat legt de basis voor hoe we met elkaar leren. Randvoorwaarden die we hebben benoemd zijn onder andere: interesse tonen in elkaars expertise, investeren in samenwerking op de lange termijn, geven en nemen en vooraf duidelijk zijn over verwachtingen.
Deze randvoorwaarden gelden ook in de praktijk. Een boer lost de vragen van zijn regio niet alleen op, een school ook niet. Langdurige verandering ontstaat vaak niet binnen één organisatie of sector, maar in de samenwerking tussen onderwijs, overheid, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Samen met SPARK vertaalden we dat naar de Whole Region Approach (WRA): een aanpak waarin alle partijen in een regio samen één gedeeld vraagstuk aanpakken, en daarvan samen leren.
Voorbeeld: de Week van de Regio Fryslân
Dit krijgt handen en voeten in Friesland. Daar organiseert SPARK met regionale partners elk jaar de Week van de Regio Fryslân. Studenten, docenten, bedrijven, overheden en organisaties werken die week samen aan een regionaal duurzaamheidsvraagstuk.
In oktober 2026 werkten 250 studenten van mbo, hbo en universiteit een week lang in gemengde teams aan vraagstukken over de waarde van water, aangedragen door onder andere Provincie Fryslân, de BioRegio en Salta. Een van de vragen ging over verzilting van het grondwater, een andere over drinkwater besparen in de voedingsmiddelenindustrie. Op excursie bezochten ze plekken zoals De Sociale Voedseltuin, waar water, bodem, biodiversiteit en lokale voedselproductie samenkomen. Hun ideeën lieten ze zien op een expositiemarkt bij NHL Stenden. Zo draagt de Week van de Regio bij aan een doel van ReGeNl: regionale samenwerking rond een gezamenlijke, regeneratieve uitdaging.
De ervaring leert dat een herkenbaar vraagstuk uit de eigen regio partners met elkaar verbindt. Daardoor groeit het bewustzijn van het probleem, van de noodzakelijke veranderingen en van mogelijke oplossingen. De aanpak van De Week van de Regio komt goed naar voren in de woorden van een bakker, die namens de koepelvereniging voor bakkers in Noord-Nederland zei:
‘’De week brengt praktijk, opleiding en innovatie makkelijk samen en zorgt voor wauw-momenten.’’
Wat vraagt blijven leren van ons?
Blijven leren vraagt om het continue verkennen van drie aspecten continue: hoe een situatie in elkaar zit, hoe je die situatie aan kan pakken en welke vaardigheden daarvoor nodig zijn. Ook wel herstellend leren denken en doen, of regeneratief leren genoemd. Inzien dat we deel zijn van de natuur en dat we elkaar en de aarde nodig hebben, staat centraal in deze vorm van leren. Om de balans tussen mens en aarde te herstellen, moeten we leren wat daarvoor nodig is.
Voor onderwijs betekent dat: studenten, docenten en ondernemers werken samen aan echte regionale vraagstukken. Jongeren leren zo wat de sector nodig heeft, en de sector leert wat jongeren te bieden hebben.
Van ons als organisaties vraagt dat twee dingen: investeren in samenwerking op de lange termijn, ook als de opbrengst niet meteen zichtbaar is, en vooraf duidelijk zijn over wat we van elkaar verwachten. Alleen dan kunnen we echt geven, nemen en leren van elkaars expertise.
Ons eerste antwoord
Begin met elkaar. Breng in beeld wat iedereen wil en nodig heeft, pak samen een echt vraagstuk aan en laat jongeren daar deel van zijn. Het hele antwoord hebben we nog niet, daarom zoeken we de komende jaren samen verder.
Werk je in groen onderwijs en wil je weten hoe je samen met boeren en andere partners in jouw regio kunt bijdragen aan landbouw die de balans herstelt? Neem contact met ons op, dan denken we graag met je mee.
In de volgende artikelen lees je meer over de samenwerking met de andere leden.
Contactpersoon
