Recensie ‘Only Planet’
Recensie van Chris Maas
Voor de auteur lijkt de belangrijkste aanleiding voor dit boek te liggen in een les die hij gaf over klimaatverandering aan een groep 6 met tienjarigen. Hij schrijft: ‘Toen ik de klas rondkeek zag ik dat sommige kinderen me met grote angstige ogen aankeken. Eén jongetje begon bijna te huilen.
Op dat moment ervoer ik het verlammende effect dat al die doembeelden, die wetenschappers en de media verspreiden, op ons hebben …… In dat klaslokaal is bij mij toen het zaadje geplant voor dit hoopvolle boek over de toekomst van onze planeet en die van de toekomstige generaties’.
Inhoud
De auteur heeft deze motivatie omgezet in een ‘inhoudelijk’ boek over de urgentie van het ecosysteem/biodiversiteits- en klimaatvraagstuk. Hij schroomt daarbij niet, al aan het begin, om kolonialisme, de industriële revolutie, het ongebreidelde, anti-sociale kapitalisme en het op doorgaande groei gerichte neoliberalisme van nu als belangrijke oorzaken aan te wijzen. Grote, maatschappelijke krachten dus.
Vervolgens wordt een hoofdstuk gewijd aan klimaatfeiten van deze tijd. En de hoofdstukken daarop besteedt hij geheel, zij het in globale termen, aan een zevental ‘routes’ die een ‘hoopvolle toekomst’ mogelijk moeten maken. Met enige herschikking zou men de onderwerpen van die routes als volgt kunnen indelen: natuur/groen (inclusief de stad), water, landbouw, industrie, economie, energie, vervoer/welzijn (in brede betekenis).
Bruikbaarheid in het onderwijs
In hoofdstuk 13, het laatste, komt de auteur met de vraag: hoe gaan we dat dan allemaal doen? Hij vindt, volgens eigen schrijven, klimaat en biodiversiteit in het onderwijs heel belangrijke thema’s: ‘Ieder kind zou natuuronderwijs[i] moeten krijgen’. Maar met alléén natuuronderwijs kom je er niet om deze complexe klimaatvraagstukken te bespreken. Dit zijn nu juist ‘domein overschrijdende’ thema’s waarin ook sociale, (geo)politieke en economische aspecten een nadrukkelijke rol spelen. En dus, in het onderwijs, gaat het om vakken die daarop betrekking hebben.
Op zichzelf hoeft de beperkte uitwerking in het boek geen probleem te zijn, als die tekst dan ook maar een aantal duidelijke, structurerende aanwijzingen geeft over wat en hoe het onderwijs dat zou moeten doen. Die komt nu tot een paar algemeenheden die niet veel toevoegen aan de huidige kennis én praktijk op dit gebied. Zeker omdat de auteur (blz. 265) stelt dat onderwijs ‘…. de motor van de social tipping points’ is, had daaraan wel wat meer aandacht kunnen worden besteed.
In dat geval – omdat hij me schreef dat onderwijs zijn vakgebied niet is – had hij hiervoor een medeauteur kunnen uitnodigen die enige verdieping had kunnen aanbrengen. Die had, juist omdat het hier maatschappelijk nog best controversiële onderwerpen betreft, een krachtiger aanzet kunnen geven voor pedagogische en didactische verwerking, zeker ook voor hetgeen hieronder wordt opgemerkt over ‘buitenwerk’.
Hoewel dus niet per se voor het onderwijs geschreven, lijkt dit boek, zowel in primair als vooral in voortgezet onderwijs, goed bruikbaar. In het bijzonder als een achtergronddocument voor kennisvergroting, dialoog en debat: overzichtelijk, met thematische indeling waarin vooral ‘wat-vragen’ centraal staan. Leraren die vaardig zijn om vanuit zulke ‘inhoudelijke’ thematiek concrete lessen te maken, zullen dit boek waarschijnlijk handig en nuttig vinden.
Ook diegenen in het onderwijs die ‘buitenwerk’ in praktijk brengen, zullen veel inhoudelijke achtergrondinformatie in dit boek vinden. Om dat pedagogisch en didactisch te concretiseren, verwijs ik graag naar een drietal andere boeken: ‘Onderwijzen tijdens Transities’ van Bas van den Berg[ii], ‘Service-learning in hoger onderwijs’ van Kaat Somers e.a. (red.)[iii] en ‘Outdoor education’ van Filip Mennes[iv]. Daar zijn pedagogische en didactische voorstellen goed uitgewerkt.
[i]Zie https://wij-leren.nl/recensie-onderwijzen-tijdens-transities-bas-van-den-berg.php.
ivZie https://duurzamepabo.nl/recensie-service-learning/.
vZie https://nivoz.nl/nl/outdoor-education-hoe-buiten-spelen-en-leren-samenhangen.
Algemene conclusies
Mijn conclusie is dat dit boek een aantal duurzaamheidsvraagstukken van dit moment goed beschrijft. Echter, aan vragen als: ‘Wat is mijn analyse van de achtergrond en mogelijke werking per aangeboden route? En ‘Hoe gaan we dit concreet aanpakken’ komt hij slechts in beperkte, globale mate toe.
Hoewel de auteur daarvoor niet heeft gekozen, is het jammer dat de meer procesmatige kant van het ‘Umdenken’ dat bij mensen nodig is om de duurzaamheidsdoelen te bereiken, weinig geprononceerd aan de orde komt. Zeker, een ‘goede’ gids laat ruimte aan de deelnemers (in dit geval: lezers) om eigen interpretaties van het gebodene te maken, maar hier laat de auteur dat volgens mijn inzicht wel erg open. Reflectievragen op het eind van ieder hoofdstuk, aan de lezer gericht, hadden dat deels kunnen verhelpen.
Tenslotte. De toonzetting in het hele boek is positief, wat, gezien de genoemde aanleiding voor de auteur, begrijpelijk is. Verder zijn de teksten zo gekozen dat ze, bij goede didactische vormgeving van lessen, de leerlingen tot nadenken en (zelf)reflectie kunnen aanzetten. En dus hun leerproces bevorderen waar het uiteindelijk in het onderwijs allemaal om draait.