Nieuws

“Trots op het team en de hele coöperatie” – Pleuni de Kind blikt terug op zes jaar Leren voor Morgen

Na zes jaar bij Leren voor Morgen (LvM) zet directeur Pleuni de Kind een nieuwe stap. Na haar zwangerschapsverlof stopt zij bij de coöperatie. In dit interview blikt ze terug op haar tijd bij de organisatie: wat is er de afgelopen jaren veranderd? Waarom is ze ooit bij LvM gaan werken? En hoe kijkt ze naar de toekomst?

alle onderwijslagen

Met welke motivatie ben je ooit bij Leren voor Morgen (LvM) gestart? 

Ik werkte hiervoor in de financiële sector als adviseur duurzaam beleggen. Daarvoor heb ik in de HR-dienstverlening gewerkt. Dat lijken natuurlijk gekke carrièresprongen: van HR naar de financiële sector en daarna naar het onderwijs. Toch loopt er één duidelijke rode draad door mijn loopbaan: maatschappelijke betrokkenheid, betekenisvolle impact willen maken en daarmee een bijdrage leveren aan een duurzame wereld. 

Op een gegeven moment ben ik me gaan afvragen waar de kern van die duurzame impact ligt. Voor mij ligt de basis in het onderwijs. Als we de transitie naar een echt toekomstbestendige wereld willen maken -een inclusieve maatschappij waarin we in harmonie samenleven en de natuurlijke hulpbronnen niet opgebruiken -, moeten we bij kinderen al vroeg de daarvoor benodigde nieuwsgierigheid, vaardigheden en bewustzijn stimuleren. Ik voelde dat ik daar iets aan wilde doen. We hebben daarin een verantwoordelijkheid richting toekomstige generaties, ook voor mijn eigen toekomstige generatie: mijn kinderen. 

Bij LvM, waar ik 6 jaar geleden begon als teamleider, kwamen voor mij verschillende dingen samen: mijn HR- en begeleidingsachtergrond, mijn drive om met mensen te werken én de mogelijkheid om daadwerkelijk duurzame impact te maken voor en via het onderwijs. 

Hoe is jouw beeld van duurzaam onderwijs veranderd?  

In het begin had ik daar nog niet zo’n duidelijk beeld bij, omdat ik niet uit die sector kwam. Mijn moeder is docent in het primair onderwijs, inmiddels is ze met pensioen, maar dat was eigenlijk mijn enige directe link met het onderwijs. Ik had toen ook nog geen kinderen. 

Natuurlijk wist ik wel dat het onderwijs sterk gericht is op kennisoverdracht en op reken- en taalvaardigheden, de zogenoemde basisvaardigheden. Ook wist ik dat de toetscultuur dominant is en dat het onderwijs soms best ver afstaat van de dagelijkse praktijk en maatschappelijke ontwikkelingen. Ik voelde wel dat mijn ideale beeld van onderwijs er anders uitzag, maar hoe je dat dan precies bereikt, daar had ik toen nog geen duidelijk idee van. 

Hoe is dat beeld nu? Wat moet er volgens jou veranderen in het onderwijs? 

Voor mij gaat het vooral om de integrale verankering van “duurzaamheid”. Dat is een breed begrip en gaat voor mij over zowel de ecologische kant als de sociale kant. Met integrale verankering bedoel ik dat duurzame ontwikkeling in alle facetten van het onderwijs verweven zou mogen zijn: van de visie van een school op onderwijs (waartoe leiden we op? Wat is de functie van onderwijs richting de toekomst?) tot aan de manier waarop lesgegeven wordt, het curriculum, de schoolomgeving etc. Er zijn gelukkig steeds meer mooie initiatieven, maar vaak blijft het nog bij losse acties of themaweken. 

Hoe vindt je moeder het dat je zo bezig bent met duurzaam onderwijs? Was ze zelf in haar klas bezig met duurzaamheid? 

Van nature wel. Ze is echt een buitenmens. Ze gaf voornamelijk les aan kleuters.  Ze nam hen mee naar buiten of creëerde een moestuintje op school. 

Tegelijkertijd hebben we er regelmatig gesprekken over gehad en is voor haar de ‘hoe’-vraag nog niet helemaal duidelijk: hoe het onderwijs verder te verduurzamen? De conclusie is dan toch vaak: het is al zo druk en we moeten al zoveel. Ik merk dat ik dat ook niet eenvoudig kan uitleggen, omdat er niet één antwoord is. Het hangt namelijk sterk af van de context van een school. 

Daarom is het belangrijk dat docenten en schoolleiders samen het gesprek voeren. Wat hebben onze leerlingen nodig om goed voorbereid te zijn op de toekomst? Hoe kunnen we beter aansluiten bij de wereld om ons heen? En wat is er op onze school nog nodig om dat te bereiken? Daar ligt ook onze rol als coöperatie: het bieden van informatie, tools en begeleiding om scholen daarbij te ondersteunen. 

Hoe is de coöperatie de afgelopen jaren gegroeid?  

We bestaan nu negen jaar. In de zes jaar dat ik betrokken ben, heb ik de coöperatie echt zien groeien van een start-up naar een scale-up. De coöperatie begon met 2 parttimers en een handjevol leden die iets wilden betekenen voor het onderwijs. Zij voelden toen al dat we ons moesten verenigen om het onderwijs goed te kunnen ondersteunen. Met een paar ton aan financiering vanuit de overheid is LvM gestart. Toen ik begon, was dat voor een groot deel nog steeds de realiteit: er was een team van 5 parttimers, een beperkt aantal leden en een omzet van een paar ton. 

Nu hebben we een omzet van meer dan twee miljoen euro en een team van een kleine 11 FTE. En nog belangrijker: een enorme achterban aan leden. Die komen uit allerlei hoeken, zoals onderwijsinstellingen, kennisinstellingen, non-profits, bedrijven, gemeenten en jongerenorganisaties. We zijn echt een multi-stakeholdernetwerk geworden, dit vind ik ontzettend krachtig. Door succesvolle samenwerkingen hebben we zoveel meer impact dan zes jaar geleden.   

Ik ben blij dat onderwijsinstellingen ondertussen ook lid zijn, hier hebben we afgelopen jaren op ingezet. Voor de beoogde verandering van het onderwijssysteem is namelijk ook eigenaarschap in het onderwijs zelf nodig. 

Ik wil de verschillende leden uitnodigen om hun stemrecht te gebruiken om de koers van de coöperatie samen te bepalen. Hoe gaan we onze gezamenlijke missie bereiken? Geef aan waar je verwachtingen en behoeften liggen. De ontwikkelingen van afgelopen jaren betekenen namelijk dat wij voortdurend moeten blijven herijken wat onze rol is. Hoe brengen we al die partijen goed samen? Hoe stimuleren we samenwerking? En in hoeverre nemen wij daar als bureau zelf de regie in?  

Waar ben je trots op binnen jouw werk?  

Op de impact die we samen hebben gemaakt. We hebben al veel onderwijsinstellingen bereikt, maar ook andere systeemspelers. We hebben hen kunnen aanmoedigen en faciliteren, waardoor zij daadwerkelijk aan de slag zijn gegaan met duurzame ontwikkeling. Dit zie je bijvoorbeeld in het mbo: een groep bestuurders van verschillende instellingen heeft gezamenlijk een visie op duurzaam mbo-onderwijs gevormd. 

Ook in het economieonderwijs is een interessante ontwikkeling gaande: hier is een manifest over nieuw economieonderwijs ondertekend door koepelorganisaties uit alle onderwijslagen. Dit zijn mooie voorbeelden van betrokkenheid van bestuurders en koepelorganisaties. Die betrokkenheid is echt nodig om het hele systeem in beweging te krijgen. 

Daarnaast zijn er ook mooie ontwikkelingen van onderop. Onze netwerken zijn onwijs gegroeid, steeds meer docenten en duurzaamheidscoördinatoren zijn aangehaakt en leren van elkaar over het toepassen van Leren voor Duurzame Ontwikkeling in de onderwijspraktijk. 

Mijn werk is om voor de juiste randvoorwaarden te zorgen, zodat collega’s dit impactvolle werk kunnen doen. Dat heb ik de afgelopen jaren onder andere gedaan door sterk in te zetten op het neerzetten van een goed team. Wat mij betreft hebben we nu een divers team met verschillende talenten. 

We hebben gewerkt aan een sterke teamcultuur. Mensen zijn blij om bij de coöperatie te werken. De sfeer en onderlinge relaties zijn goed. De kwaliteit ligt ook steeds hoger. Het lukt ons steeds beter om goede mensen aan te nemen en we krijgen meer (open) sollicitaties. We zijn dus ook zichtbaarder als goede werkgever. 

Ook op het gebied van processen en systemen is veel veranderd. We hebben inmiddels een CRM- en administratiesysteem, een salarishuis, betere arbeidsvoorwaarden en een opleidingsregeling. Aan deze processen en systemen mankeert tegelijk nog van alles, want naarmate je als organisatie groeit veranderen ook de behoeften en eisen voor die systemen. Maar we begonnen met niets. Het lijkt allemaal vanzelfsprekend, maar dit zag er zes jaar geleden wel anders uit. 

Dan heb je dit allemaal opgetuigd en dan besluit je weg te gaan, is dit niet dubbel? 

Zeker. LvM is toch ook een beetje mijn kindje geworden. Ik zie wat er nog allemaal kan en mag gebeuren om het volgende niveau van volwassenheid en impact te bereiken. Mijn handen jeuken van dat potentieel. Als ik alle tijd en energie van de wereld had, was ik misschien wel doorgegaan. 

Maar door de omstandigheden voelt het niet meer kloppend: ik ben inmiddels moeder van straks drie jonge kinderen, terwijl mijn rol bij LvM steeds omvangrijker is geworden naarmate de coöperatie groeide en daarmee niet meer passend is in de 28 uur die ik heb. We gaan mijn rol daarom ook opknippen in twee verschillende functies: het coördinerende deel van mijn baan wordt vormgegeven in de functie van Teamleider Bedrijfsvoering. Onze collega Birte Ketting neemt deze rol van mij over. Voor het strategisch-bestuurlijke deel van mijn baan zoeken we momenteel naar passende opvolging.  

Mijn keuze om te stoppen voelt vooral goed. Het is mooi om terug te kunnen kijken en te zien tot waar we de coöperatie samen hebben kunnen brengen. Fijn om nu ruimte te kunnen maken voor nieuwe energie voor LvM en om mijn eigen energie in eerste instantie privé in te zetten en over een tijdje in een nieuwe betekenisvolle baan. 

Even vooruitkijkend: je gaat eerst met zwangerschapsverlof. Ben je al bezig met wat je daarna wilt doen? 

Ik weet nog niet welke kant mijn loopbaan nu opgaat en ik vind het eigenlijk heerlijk om het even niet te weten. De komende maanden ga ik me vooral focussen op de baby en daarna ga ik me opnieuw oriënteren. Ik kan me voorstellen dat ik het uiteindelijk toch weer ga zoeken in (team)begeleiding/coaching/HR. Maar mijn hart voor duurzaam onderwijs is in de afgelopen jaren echt gegroeid, dus wellicht dat ik het in die richting ga zoeken. Of een combinatie van die twee. 

Dus misschien ga je je moeder nog achterna? 

Nou, ik zie mezelf niet zo snel fulltime voor de klas staan. Misschien een dag in de week. Mijn oudste gaat nu naar de basisschool, ik vind het leuk om daar te helpen met voorlezen of bij uitjes. Het wordt dus weer iets met mensen, maar in welke hoedanigheid? Dat kan nog veel kanten op. 

Dat is ook echt wat ik ga missen: de fijne collega’s om me heen. Ik ben echt trots op het team en op de hele coöperatie. De samenwerkingen gaven mij energie — samen iets kunnen betekenen. Daar ben ik iedereen enorm dankbaar voor.