Voor het nieuwe curriculum voor het basis- en voortgezet onderwijs zijn door Curriculum.nu vier bouwstenen duurzaamheid ontwikkeld. De Duurzame Pabo interviewt leraren en schoolleiders over hoe zij deze vier bouwstenen in de praktijk toepassen. Welke lessen kun je als docent uit deze interviews trekken? Hier een kort overzicht met voorbeelden van de geïnterviewde leerkrachten en schoolleiders.


1. Breng de stof tot leven.

In veel methodes wordt aandacht besteed aan duurzaamheid, maar theorie is vaak abstract. Door de stof tot leven te brengen ervaren leerlingen welke invloed ze hebben op een duurzame wereld. Maar hoe doe je dit?

- Laat de leerlingen nadenken welke impact hun (manier van) leven heeft.
Evelien Wiersma, leerkracht op een basisschool, koppelt dit aan bestaand lesmateriaal. ‘De duurzaamheidsthema’s komen op een natuurlijke manier aan de orde, bijvoorbeeld via Nieuwsbegrip en Schooltv. Telkens wordt de vraag gesteld: en wat is jouw aandeel hierin? Wat kun jij hier zelf aan doen?’

- Bespreek duurzaamheid aan de hand van voorbeelden uit de omgeving of actualiteit.
Frans Ottenhof, docent biologie laat leerlingen naar de supermarkt gaan en prijsverschillen tussen basis- en biologische producten noteren. Door dit te doen concluderen leerlingen dat de consequenties van goedkoop voedsel in de toekomst door hen betaald gaat worden.

Jenny de Vries, leerkracht op een basisschool: ‘We doen dat in de bovenbouw niet zo zeer in methodelessen, maar via jeugdjournaal, krantenartikelen, het alledaagse. We hebben bijvoorbeeld allemaal iedere dag met afval te maken. Op school verzorgen we daarom de afvalscheiding met de leerlingen. In het kringgesprek praten we verder door over de onderwerpen uit het jeugdjournaal. Zo komen thema’s heel natuurlijk tot hun recht. Vanuit de dagelijkse praktijk.’

- Betrek leerlingen bij het verduurzamen van de school.
Frank Boerebach, directeur van twee basisscholen: ‘We denken met de leerlingen van de bovenbouw na over dilemma’s. Zoals: wat is nu beter, nieuwe schoolboeken aanschaffen of overstappen op iPads die na verloop van een aantal jaar e-waste opleveren? Ik weet het zelf niet en het is goed om die wicked problems met leerlingen te bespreken.’

Rik Kuiper, docent wetenschap, natuur en technologie: ‘Wij werken met de designathon-methode, een leermethode die ons op speelse en uitdagende wijze laat kennis maken met wetenschap en techniek (W&T). De designathon ‘Stad van de Toekomst’ die we afgelopen schooljaar hebben gehouden op de Neptunus is een mooi voorbeeld van hoe kinderen daaraan werken. In deze designathon bedachten, bouwden en presenteerden de leerlingen oplossingen voor een leefbaar Amsterdam in de toekomst. Inclusief schoon vervoer, tuinen op daken en voorstellen voor een betere balans tussen toerisme en wonen.’ De school van Rik Kuiper heeft zelf ook een daktuin.

2. Blijf positief.

Moon Zijp is coördinator Duurzame ontwikkeling en docent Techniek. Ze leert haar leerlingen oplossingsgericht denken en dan ontstaan er mooie dingen: ‘Zo is er hier een groep leerlingen die zich Team Green Painters noemt. Zij zitten vol ideeën, die ze vervolgens ook uitvoeren. De Team Green Painters vragen door, bijvoorbeeld of docenten meer aandacht aan duurzaamheid willen besteden tijdens hun lessen. Dat gebeurt dan ook.’

3. Werk samen.

Tim Verhoef, docent aardrijkskunde: ‘Leerlingen stimuleren duurzaamheid in de school en voeren duurzame initiatieven uit. Ze roepen hulp in van de docenten, van de facilitair medewerkers en van buitenaf. Zo is momenteel onze TOA (Technisch Onderwijs Assistent) betrokken bij de verduurzaming van onze schooltuin. Dit moet leiden tot meer insecten en een eigen groentekas.’

Bij Marie Tromp, docent Groen, gaan leerlingen aan de slag bij organisaties in de directe omgeving: ‘Wij gaan voor praktijkwerk met een maatschappelijke achtergrond. (…) Dat praktijkwerk laten we uitvoeren bij en in samenwerking met de Voedselbank, bij de Kinderboerderij, bij Staatsbosbeheer, met IVN. Daarbij krijgen de leerlingen ook loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Vragen die dan aan de orde komen zijn: Welke keuzes maak je. Waarom doe je de dingen zo?’

4. Geef het goede voorbeeld en vertel waarom je iets op een bepaalde manier doet.

Henk van der Kaa, directeur van een Integraal Kindcentrum: ‘We vinden dat we als school het goede voorbeeld moeten geven. Zo wekken wij onze eigen energie op met behulp van 126 zonnepanelen op het dak. Voor de kinderen maken we opbrengst, verbruik en teruglevering zichtbaar door een digibord in de centrale ruimte.’

Marie Tromp, docent Groen, besteedt in haar lessen veel aandacht aan duurzaamheid. Zo koken leerlingen met streekproducten, scheiden ze afval aan het eind van een praktijkles en staan ze stil bij dierenwelzijn. Ook gaat Marie Tromp met de leerlingen in gesprek: ‘Bij een bloemles had een leerling laatst een plastic bakje over en vroeg ik: kun je dit recyclen? Hij keek me niet-begrijpend aan. Dat zat nog niet in zijn systeem. Sommige dingen moeten nog landen bij de leerlingen en daarom is het zo belangrijk om het goed voor te doen als docenten.’

 

Afbeelding: door Milagro Elstak
Interviews: door Duurzame Pabo