Er is veel onderwijsmateriaal dat zich richt op duurzame ontwikkeling, maar waar minder aandacht voor is, is welke invulling docenten geven aan duurzaamheid in hun lessen. In deze rubriek geven we een podium aan docenten die op hun eigen manier duurzaamheid proberen te integreren binnen én buiten hun lessen. Vandaag: Inge Zwaan van het Clusius College in Schagen. 



Inge Zwaan werkt op de afdeling vmbo Groen van het Clusius College in Schagen. Op deze school zijn ze druk bezig met het verduurzamen van de school. Zo hebben ze gescheiden afvalbakken, zijn ze overgestapt van plastic bekertjes op biologisch karton, is er een verzamelbak voor plastic doppen waarmee ook de blindengeleidehonden worden ondersteund, hebben ze een watertappunt in de kantine, vergroenen ze het schoolplein en wordt er uitgezocht of er nog meer zonnepanelen op het dak kunnen worden geplaatst. Een groot deel van de projecten is er met behulp van leerlingen tot stand gekomen. Het Clusius College is dan ook een Eco-School en heeft afgelopen schooljaar de Groene Vlag toegekend gekregen.

Niet alleen voert de groene vmbo-school nieuwe initiatieven uit, maar ze wil ook meer verbinding leggen tussen vakken en de duurzame toekomst. ‘We willen meer samenwerking tussen de verschillende vakken Dier&Zorg, Plant&Productie en Voeding&Gezondheid. Zo verbouwen leerlingen tijdens de lessen Plant&Productie in de tuin groente. Die groente kunnen we doorgeven aan leerlingen Voeding&Gezondheid, die er weer producten van maken. Hetzelfde kunnen we doen met de eieren die onze kippen leggen.’ Op deze manier ontstaat er een natuurlijke kringloop op de school. 

Reacties van leerlingen
Veel aanpassingen dus op het Clusius College, maar hoe reageren leerlingen hierop? ‘Oudejaars reageren soms met ‘moet dat?’, maar nieuwe leerlingen zijn niet anders gewend. Sowieso merk ik dat jongere leerlingen meer weten over duurzaamheid, omdat er op basisscholen steeds meer aandacht aan wordt besteed. Die andere mindset is makkelijker voor ons.’

Kantine-project
Ondanks dat oudejaars meer moeite hebben met de veranderingen, besteedden zij wel meer aandacht aan duurzaamheid dan eerstejaars. Zo denken leerlingen na over gezond eten en verplaatsen ze zich in medewerkers tijdens het Kantine-project: ze bepalen wat ze in de kantine gaan serveren en zorgen voor gezonde maaltijden, bereiden dit zelf voor en nemen plaats achter de kassa. Ook staat er een gehele projectweek in het teken van duurzaamheid en voeren zij tijdens hun stage een duurzaamheidscheck uit op de stageplek.

Pilot Duurzame ontwikkeling in de sector
Om ook de jongere leerlingen bewuster te maken van duurzaamheid, heeft het Clusius College Schagen afgelopen jaar de pilot ‘Duurzame ontwikkeling in de sector’ van Leren voor Duurzame Ontwikkeling (LvDO) gedraaid (voor meer info over LvDO, zie onderaan dit artikel). In deze pilot onderzoeken leerlingen uit het tweede jaar volgens de Whole School Approach (meer weten? Zie onderaan dit artikel.) wat een bedrijf uit hun sector doet op het gebied van duurzaamheid. En ze schrijven een advies over wat het bedrijf kan veranderen om nog duurzamer te werken.

Zwaan geeft aan dat deze pilot heel anders aangepakt werd dan andere vakken. ‘Je moet de leerlingen coachen tijdens het proces en in hun onderzoekende leer- en werkhouding. Ze moeten alles zelf doen: met wie ga ik in het groepje, bij welk bedrijf willen we op bezoek en hoe pakken we dit aan. De leerlingen lossen bovendien zelf hun problemen op . Dat is soms moeilijk.’ Mooi is dat een leerling zei: ‘Jullie vertrouwen ons zeker wel.’ 

En niet alleen de docenten en leerlingen waren tevreden. Ook bedrijven gaven aan dat ze het project leuk vonden. En zo’n pilot is niet alleen leerzaam voor de duur van het project, want zoals een collega van Zwaan zei: ‘Ik ben om. Ik wil deze aanpak ook met andere groepen gaan doen.’

Snelle uitvoer
De pilot duurde in totaal zes weken en werd in korte tijd opgezet. ‘We hebben de pilot gedaan in plaats van de vakken Dier&Zorg, Plant&Productie en Voeding&Gezondheid. Zo kwam de pilot er niet bij, maar werd deze gedraaid in de toch al ingeroosterde lesuren. Het is goed dat we dit zo hebben aangepakt, want anders gaan de leerlingen steigeren.’ 

Dit is ook meteen een tip voor alle docenten Groen: ‘Gewoon doen! Zorg voor een groep waarmee je de uitdaging wilt aangaan en ga aan de slag. En maak er tijd voor vrij. Want het is zo leuk en gaaf om zo’n pilot mee te maken.’ Daarnaast geeft Zwaan de tip om de Feedbackadviesapp te gebruiken. ‘Hiermee kun je je eigen onderwijsactiviteiten toetsen aan de uitgangspunten van LvDO. Deze app is voor iedereen vrij toegankelijk.’ 

 

Leren voor Duurzame Ontwikkeling
Leren voor Duurzame Ontwikkeling leert docenten afwegingen maken om zelf bij te dragen aan duurzame ontwikkeling. Dit betekent dat je in je les leerlingen laat ontdekken hoe zij duurzaam kunnen handelen en dat ze tijdens jouw les hierover met elkaar in gesprek gaan.

LvDO heeft zes uitgangspunten:

  1. Leerlinggericht: sluit aan bij de belevingswereld en de kennis van de leerling. Laat ze bijvoorbeeld een onbewoonde plek zo duurzaam mogelijk inrichten. 
  2. Waarden georiënteerd en kritisch denken: maak leerlingen bewust dat hun handelen invloed heeft op later. Door leerlingen te laten discussiëren over complexe kwesties ontwikkelen ze zelf waarden, houding en vaardigheden. 
  3. Participatie en samenwerking: duurzame ontwikkeling doe je samen. Laat leerlingen binnen en buiten de school samenwerken. Laat ze bijvoorbeeld een tuin voor een verzorgingstehuis opknappen. Zo leren ze verantwoordelijkheid nemen en het uitvoeren van een opdracht voor een klant. 
  4. Actie- en handelingsgericht: laat leerlingen leren door te doen. Zelf aan de slag gaan draagt bij aan het ontwikkelen van een verantwoordelijkheidsgevoel. Dit zorgt ervoor dat leerlingen zelfverzekerder op een eigen manier aan de slag gaan met duurzame ontwikkeling. 
  5. Complexiteit en samenhang: milieuproblemen zijn complex, want ze hebben vaak meer dan één oorzaak. Laat leerlingen zelf verbanden ontdekken. 
  6. Onderzoekende houding: stimuleer leerlingen om onderzoek uit te voeren en laat ze eventuele oplossingen zelf uitvoeren. Als er om de school veel zwerfafval ligt, laat ze bijvoorbeeld uitzoeken waar het vandaan komt en hoe ze het kunnen voorkomen. 

Wil je meer weten over Leren voor Duurzame ontwikkeling? Kijk dan hier

Whole School Approach to Sustainability
De Whole School Approach (WSA) is een aanpak om duurzame ontwikkeling te integreren in de visie, het curriculum, de didactiek, de bedrijfsvoering en de deskundigheidsbevordering van al het personeel. Dit alles met aandacht voor de omgeving van de school. De leerling staat centraal en hij verwerft kennis over duurzaamheid en ontwikkelt een levenshouding waarbij duurzaam handelen vanzelfsprekend is. De WSA is in zeven stappen te implementeren. Wat deze stappen inhouden en meer over WSA, lees je hier.

 

Ben je ook docent en wil je in contact komen met andere docenten? Sluit je aan bij het netwerk voor jouw onderwijslaag.