Wanneer je als docent iets met duurzaamheid wilt doen op school kan het zijn dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Waar begin je en hoe pak je het aan? Gelukkig zijn er genoeg collega's van wie je kunt leren! In deze rubriek lees je het verhaal van docenten die op hun eigen manier duurzaamheid integreren binnen én buiten hun lessen. Vandaag: Erwin Groenenberg van de Thomas More Hogeschool.

“Waarom zou je lesgeven in lokalen als je buiten zo veel rijkdom hebt?” Dat is het motto van Erwin Groenenberg, docent natuuronderwijs aan de Thomas More Hogeschool (pabo). In zijn lessen leert hij toekomstige docenten de vaardigheden aan om buiten les te geven en in hun onderwijs de verbinding te maken met de natuur.

Het belang van natuuronderwijs
Groenenberg vraagt zijn studenten wel eens: “Wat weet je nog van je lesboek Natuur?” Meestal is het antwoord: weinig. “En heb je wel eens buiten les gehad, gingen jullie naar de kinderboerderij of hadden jullie takken en bladeren in de klas?” Dat zijn de dingen die studenten vaak wel hebben onthouden!

Met natuuronderwijs kun je kinderen in contact brengen met de natuur. Een belangrijk doel daarvan is dat kinderen door middel van echte materialen en echte situaties waardering krijgen voor hun omgeving. Die verbondenheid maakt volgens Groenenberg dat kinderen ook natuurvriendelijker gaan handelen.

Draai het om: doe buiten wat buiten kan
Groenenberg is van mening dat het veel normaler moet worden om buiten les te krijgen. Hij heeft het dan ook niet over specifieke dingen die kinderen niet in een klaslokaal kunnen leren en waarvoor ze dus naar buiten móéten.


“Ik draai het liever om. Alles wat je buiten kan leren moet je ook buiten leren. Anders zit je binnen om het binnen zitten.”

Natuurlijk zijn er lessen die lastig buiten te geven zijn. Er is op het schoolplein te veel afleiding om de theorie van rekenen of spellingsregels uit te leggen. Maar het oefenen kan heel goed buiten! Op een betegeld schoolplein kunnen leerlingen bijvoorbeeld de tafels oefenen. Zo wordt de theorie direct heel praktisch en zichtbaar.

Het vak natuuronderwijs op de pabo
In het vak natuuronderwijs leren pabo-studenten om in hun lessen de verbinding te maken tussen mens en natuur. Groenenberg neemt zijn studenten mee op (natuur)excursies en leert hen hoe ze een dagdeel buitenonderwijs kunnen geven en een werkweek in relatie met de natuur kunnen ontwikkelen.

De studenten mogen die lessen ook echt geven aan klassen van partnerscholen. Ze bedenken zelf allerlei lesactiviteiten variërend van waterdiertjes scheppen tot taalspelletjes in de natuur. Maar ook in de stad is er genoeg te doen. Zo zijn er studenten die de kinderen leren over de geschiedenis van de stad aan de hand van gevels en de verhalen achter gebouwen.

Studenten die nog meer willen leren kunnen ervoor kiezen om zich te specialiseren in natuuronderwijs. Ze verdiepen zich dan in ‘learning outside the classroom’.

Kinderen betrekken vanuit hun eigen interesses
Groenenberg leert zijn studenten om les te geven vanuit de werkelijkheid van kinderen. Uren praten over duurzaamheid komt niet binnen bij kinderen. “Bovendien is je eigen omgeving al zo rijk aan vragen en uitdagingen,” zegt hij.

Je kunt kinderen het best betrekken door te beginnen bij hun eigen interesses en vaardigheden en door opdrachten zo praktisch mogelijk te maken. Een onderwerp als de bosbranden in de Amazone is niet het meest geschikte onderwerp, omdat het moeilijk aan een bepaalde manier van handelen te koppelen valt. “Hoe dichter bij huis, hoe beter.”

Studenten betrekken door uitdaging
Groenenberg probeert ook zijn eigen studenten te betrekken door de stof en opdrachten zo praktisch en toepasbaar mogelijk te maken. Door zijn studenten zelf een lesactiviteit te laten ontwikkelen én uitvoeren wordt een opdracht levensecht.

Studenten hebben bovendien een uitdaging nodig in plaats van een ‘wat is’-vraag. Vanuit die uitdaging ontstaat vervolgens enthousiasme. “Bijna automatisch gaan ze aan het werk.”

Zijn tips voor andere docenten die lesgeven aan studenten zijn: “Hou het praktisch en maak het niet te groot of zwaar. Zorg voor opdrachten die open zijn. En geef studenten niet een probleem, maar een uitdaging.”

Bijzondere momenten
Groenenberg maakt in zijn werk veel bijzondere momenten mee. Bijvoorbeeld toen zijn studenten werkten met een groep kinderen waarvan veel het in het begin lastig vonden om te gaan spelen in het bos. Aan het eind van de dag lagen de kinderen die eerst geen waterdiertjes wilden vissen toch met hun buik in het gras, liepen het water in en namen salamanders mee naar huis.

"Zo blijft het iedere keer prachtig om met kinderen naar buiten te gaan," zegt Groenenberg. In een andere groep met leerlingen uit het speciaal onderwijs en hoogbegaafde kinderen gingen ze naar een natuurgebied. Er waren kinderen bij die nog nooit kikkers hadden gezien. “Mijn studenten zaten in het gras en sloegen hun handen om de kinderhanden heen om samen een kikker op te pakken. Wat een genot. En de verwondering van een kind dat een kikker glad is en een beetje nat.”

Hij ziet ook steeds hoeveel energie het kinderen geeft om de natuur te ontdekken. “Die groep was de hele dag buiten zonder ruzie. De hele dag leren ze zonder dat ze er erg in hebben. Wij geloven heel erg dat kinderen op die manier leren wat de waarde van de natuur is en dat het ook kwetsbaar is.”

Buiten zijn is ook goed voor de docent!
De meeste docenten vinden het makkelijker en veiliger om les te geven uit een boek. Aan buitenonderwijs zitten risico’s vast. Bovendien hebben veel docenten door hoge werkdruk het idee dat er geen tijd is voor buitenonderwijs.

Om je klas mee naar buiten te nemen is dus een beetje lef nodig. Maar volgens Groenenberg kan het je als docent ook ontzettend veel brengen. “Als je momenten inbouwt om met de kinderen naar buiten te gaan ontstaat er een vuurtje bij de kinderen waar je zelf ook energie van krijgt. Dat kan ook een kwartiertje tussendoor zijn. Dan ben je zelf ook even buiten.”

In zijn eigen onderwijs zoekt hij ook naar kansen om met zijn studenten naar buiten te gaan. “Voor mijn gevoel ben ik dan even op vakantie. Dat soort momenten ontnemen we onszelf door het plichtsbesef van kennis overbrengen.”

Tips voor docenten
Veel buitenactiviteiten zijn te combineren met andere vakken. Zo kun je voor beeldende vorming schorsafdrukken maken. En als je met de klas een herbarium maakt kun je daar ook prima een taalopdracht aan koppelen. Dat combineren geeft volgens Groenenberg meer mogelijkheden en tegelijkertijd meer rust. “Lesgeven is creatief bezig zijn.”

Tegen leerkrachten die meer met buitenonderwijs willen doen zou Groenenberg zeggen: “Heb lef en zet door. Begin klein, desnoods ga je eerst maar vijf minuten naar buiten. Observeer wat er gebeurt. En heel belangrijk, durf fouten te maken. Daar kun je alleen maar van leren.”

Het onderwijs van de toekomst
Groenenberg hoopt dat in de toekomst docenten steeds meer weg van de lokalen en naar buiten gaan. Het zou mooi zijn als het normaal, of zelfs verplicht, wordt om een dagdeel per week buitenonderwijs te geven. Dat kan ieder vak zijn. “Ik hoop dat ouders ernaar gaan vragen.”

Verder zou Groenberg graag zien dat de focus op kennisoverdracht meer verschuift naar het aanleren van vaardigheden. “We moeten nieuwsgierigheid prikkelen. Ons vak is kinderen verleiden om te leren. We moeten weten hoe we ze een volgende stap kunnen laten zetten.”

En juist vaardigheden kunnen volgens Groenenberg goed buiten overgebracht worden. Bovendien draagt natuuronderwijs bij aan het respect voor de omgeving en het milieu. “Buiten kunnen we zo veel meer.”