LOGIN
Regioportret_2
  • Diepte artikel

Circulaire economie vergt flexibel en creatief onderwijs

Dit artikel is onderdeel van het Regioportret Utrecht (artikel 2/2). Daarmee brengen we in beeld hoe onderwijsinstellingen, bedrijven en overheden in de regio Utrecht samenwerken aan ‘circular skills’: de vaardigheden die nodig zijn in de circulaire economie van de toekomst. We hopen andere regio’s te inspireren en zo de transitie naar de circulaire economie te versnellen. 

Lees hier artikel 1/2

Over één ding zijn Sacha Tippel, Jeroen Voeten en Wouter Oostendorp het hartgrondig eens: om studenten klaar te stomen voor een circulaire economie, is het essentieel om continu in contact te zijn met bedrijven, met ‘de buitenwereld’. De lerarenopleider en de hybride mbo-docenten doen er dan ook alles aan om die buitenwereld in hun onderwijs te integreren. “Het is belangrijk om een netwerk te hebben in de praktijk van mensen die je iets gunnen.”

Jeroen en Wouter werken, naast hun baan als respectievelijk docent Energietransitie en docent Gebouwde omgeving op ROC Midden Nederland, beiden in het bedrijfsleven. Jeroen is lid van het managementteam van een bedrijf dat security- en datamanagement-oplossingen levert in onder meer de energie-infrastructuur. Wouter heeft een eigen architectenbureau en is stedenbouwkundige bij de gemeente Soest. Dat deze docenten met één been in het onderwijs en het andere in de praktijk staan ziet HU-docent Sacha – die studenten opleidt tot onder andere mbo-leraar Techniek – als een groot voordeel. “Die combinatie is essentieel. Ik heb als docent geen tijd om alle ontwikkelingen op circulair gebied in het bedrijfsleven bij te houden – ik richt me op het zo goed mogelijk opleiden van leraren. Je kunt niet overal expert in zijn. De expertise van Jeroen en Wouter is juist om vanuit hun hybride rol het bedrijfsleven en het mbo dichterbij elkaar brengen. Het gaat erom dat experts uit verschillende contexten met elkaar samenwerken om toekomstgericht onderwijs te ontwikkelen.”

Een project waarin dat volgens Jeroen goed is gelukt, is ‘Strijkviertel’. “Bedrijvenpark Strijkviertel is een toekomstig industriegebied in Utrecht, ten noordwesten van waar de A2 en A12 elkaar kruisen. Het wordt op een duurzame en circulaire manier ontwikkeld tot een plek om te werken, recreëren en sporten. De gemeente Utrecht wil er een energieneutraal gebied van maken en heeft onder anderen studenten van ROC Midden Nederland erbij betrokken om samen te werken aan dit energievraagstuk en de ruimtelijke inpassing ervan. De studenten leerden met deze – overigens fictieve – oefening om op basis van een écht masterplan een energieneutraal industriegebied te ontwerpen. Ze moesten in samenwerking met andere vakgebieden een ruimtelijke inpassing van duurzame maatregelen ontwerpen, zodanig dat het gebied een leuke plek wordt om te zijn. Ontzettend leerzaam.”

Aanpassen aan het tempo van de praktijk
Aansluiting vinden bij de praktijk is niet altijd makkelijk, merkt Sacha. “Ik vroeg een bevriende ontwerper of hij een gastdocentschap wilde komen geven. Hij zei: ‘dat is goed. Maar ik kan pas over drie weken, want ik heb de komende tijd veel klantgesprekken gepland’. En ík kan vanwege het lesprogramma alleen maar op maandagen. Ook mijn ‘klanten’ – de studenten en dus het rooster – gaan voor. Dan kun je het dus wel vergeten. Beiden zijn we niet flexibel genoeg, en daarbij zouden bedrijven beter betaald moeten worden voor die diensten. Want onderwijs is ook een ‘product’.” Wouter herkent dat onderwijsorganisaties vaak niet zijn afgestemd op de buitenwereld. “Sterker nog, de buitenwereld gaat met rasse schreden aan het onderwijs voorbij. Het is daarom belangrijk om een netwerk te hebben in de praktijk van mensen die je iets gunnen. Dat krijg je alleen voor elkaar als je laat zien dat je je kennis onderhoudt, dus dat je aansluiting vindt bij die ondernemers of gemeenteambtenaren – dat je hen ook iets interessants te bieden hebt. Dat betekent per definitie dat je je lesprogramma van dit jaar niet volgend jaar klakkeloos kunt herhalen. Dan is het al achterhaald.”

“Wie heeft er een tweedehands mobiel?”
Behalve door aansluiting met de praktijk, proberen de docenten hun studenten ook op andere manieren voor te bereiden op de circulaire economie. Jeroen: “Het gaat om een andere manier van denken. Bijvoorbeeld van bezit naar gebruik: vraag je om een tl-balk of om ‘verlichting’? En hoe zorg je als producent ervoor dat jouw product langer meegaat?” Jeroen betrekt ook de persoonlijk keuzes van zijn studenten erbij. “Dan vraag ik in de les wie er een nieuwe mobiel heeft en wie een tweedehands. Vervolgens bespreken we de redenen voor die keuze en de verdienmodellen achter telefoons. Dan zie je meestal wel wat kwartjes vallen. Dan beseffen ze ineens dat hun eigen keuzes ook kunnen bijdragen aan een meer circulaire economie.” Sacha: “Als studenten bij mij iets ontwerpen, dan móet een van de zeven aspecten van de R-ladder erin zitten, dus ‘refuse’ of ‘reuse’ bijvoorbeeld. En behalve dat ze zelf leren ontwerpen met dit R-model, moeten ze het ook vertalen naar hun eigen onderwijspraktijk: lesmateriaal ontwerpen voor hun eigen VO- of mbo-leerlingen.” Ook dat is circulariteit, vindt Sacha. “Want uiteindelijk hoop ik dat hún leerlingen ooit de lerarenopleiding komen doen, en dat ze dan al veel meer geschoold zijn op circulair gebied dan hun leraren nu. We willen dan ook dat onze studenten hun leerlingen opleiden tot ‘circulaire burgers’, in plaats van puur tot techniekleraar.”

Belangrijke circulaire vaardigheid: de context zien
De circulaire vaardigheden die de docenten hun studenten willen aanleren, zijn niet altijd als zodanig herkenbaar, legt Wouter uit. “Vaak wordt bij circulaire vaardigheden gedacht aan ‘een gebouw circulair in elkaar kunnen zetten’, met circulaire materialen. Maar minstens zo belangrijk is een circulaire denkwijze, kunnen schaaldenken. Een kleine actie, zoals een wijziging in materiaal op één plek, maakt niet het verschil. Maar als je dat op een heleboel plekken doorvoert, heeft het wel degelijk impact. Circulair denken betekent eigenlijk: alle standaard dingen die je kent – de drie p’s, de trias energetica –doordenken naar: hoe gaat een gebouw of een project waarde opleveren? Dus niet meer consumptie reduceren, of zo min mogelijk fossiele brandstoffen gebruiken. Nee, echt radicaal zeggen: dit project gaat waarde opleveren. Als de leerlingen zich die manier van denken eigen hebben gemaakt, of het nou is met energie, met bouwmaterialen, of met hun eigen consumptiegedrag, kunnen ze de technische kant ook op waarde schatten. Dan zien ze: ik kan wel inzetten op zonnepanelen, maar in dit geval is waterzuivering misschien veel belangrijker. Ze zien dan de context van de opgave.”

Durven innoveren
Tot slot pleiten de mannen voor meer vertrouwen, zowel in docenten als in leerlingen. Want circulaire projecten hebben volgens hen per definitie een innovatief karakter en dat betekent dat het niet altijd past in de meetmethodes die onderwijsinstellingen hanteren. Wouter: “Innovatie is een voortdurend proces waarin je samen met de partijen uit de praktijk en met de studenten merkt wat wel en niet werkt. Die ruimte voor creativiteit is niet meetbaar, het gaat namelijk om vergezichten. Daarom is het belangrijk om flexibiliteit in het onderwijs en ook bij bedrijven en instellingen te organiseren, zonder dat het meteen iets moet opleveren. Dat klinkt sommige organisaties eng in de oren.” Waaraan je kunt merken dat iets werkt, is het enthousiasme, zegt Wouter. “Zowel bij de studenten als bij de ondernemers. Komen de partijen uit je netwerk terug? Dan doe je iets goed. Daarmee profileer je meteen de school naar de buitenwereld.” Ruimte voor creativiteit maakt het vak bovendien veel leuker, vindt Jeroen. “Zorg dat je kunt netwerken, dat je je kennis van buiten kunt blijven halen. Niet halsstarrig je lessen blijven afdraaien en ieder jaar herhalen. Nee, doorbreek dat nou eens en je zult zien dat dat veel leuker is.”

Auteur: Annemarie Teuns
Fotografie: Pim Geerts

 

Regioportret_WouterWouter Oostendorp
Wouter staat als hybride-docent met één been in het onderwijs en met de ander in het bedrijfsleven. Hij geeft les over de Gebouwde omgeving in het mbo op het ROC Midden Nederland. Daarnaast werkt hij in het bedrijfsleven als architect bij Studio OxL en als stedenbouwkundige bij de gemeente Soest. Ruimte voor creativiteit en enthousiasme zijn wat hem betreft essentieel in de afstemming van het onderwijs op de praktijk.

 

Sacha Tippel
Sacha is lerarenopleider aan de Hoge School Utrecht, waar hij studenten onder andere opleidt tot mbo-leraar Techniek. Hij brengt het thema circulariteit terug in de lerarenopleiding en hoopt dat zij dit ook weer overbrengen op de volgende generatie lerenden. Zo leren we de benodigde vaardigheden en leiden we samen op tot circulaire burgers.

 

 

Regioportret_JeroenJeroen Voeten
Ook Jeroen is werkzaam als hybride-docent aan het ROC Midden-Nederland. Zijn expertise ligt op het gebied van de Energietransitie. In het bedrijfsleven is hij lid van het managementteam van een bedrijf dat security- en datamanagement-oplossingen levert in onder meer de energie-infrastructuur. Zijn doel is om naast de aansluiting met de praktijk studenten een meer circulaire vorm van denken aan te leren.

 

    Deel deze pagina: