Frank Boerebach, basisschooldirecteur, is de winnaar van Duurzame Docent 2019 in de categorie primair onderwijs:

“Kinderen vinden duurzaamheid gewoon heel leuk en boeiend.”

Een duurzame toekomst begint met duurzaam onderwijs. Daarom riep de Coöperatie Leren voor Morgen ook dit jaar weer docenten op hun verhalen te vertellen. Uit 77 inzendingen koos de jury drie docenten die zich Duurzame Docent 2019 mogen noemen. De komende tijd lees je hier hun verhalen! Vandaag de winnaar in de categorie primair onderwijs: Frank Boerebach van Molenbolwerk en St. Petrus - de Wegwijzer.

Frank Boerebach is directeur van twee basisscholen in Zeeuws-Vlaanderen. De jury heeft hem gekozen als Duurzame Docent 2019, omdat hij al decennialang duurzaamheid in de praktijk brengt. “Het wordt een soort gewoonte om het steeds ook over duurzaamheid te hebben. Dat is de eerste winst.”

Duurzame mensen opleiden
Voor Boerebach is een belangrijke taak van onderwijs duurzame mensen opleiden. “Dat bedoel ik niet alleen in de zin dat mensen zich duurzaam gedragen, maar ook dat ze zelf lang meegaan. Wat heb je in deze maatschappij nodig om op een prettige en gezonde manier oud te worden? We proberen kinderen een levenswijze mee te geven.”

Een belangrijk onderdeel van deze visie is het Rots & Water programma waar de school aan meedoet. Dit programma verbetert de weerbaarheid en sociale vaardigheden van kinderen. “Rots staat voor een sterke ik: stevig staan en ademen, zelfvertrouwen, mondigheid. Water is de sociale kant: kinderen leren samenwerken en communiceren. Met als doel: de ontwikkeling van duurzame mensen.”

Meedoen aan projecten
Boerebach wil leerlingen ook graag kennis over duurzaamheid bijbrengen. Ieder jaar is er op school een driewekelijks project waar alle klassen aan deelnemen. Komend jaar wordt het thema duurzaamheid. “Hogere groepen zullen kijken naar alternatieve energievormen en lagere groepen naar afval en recycling.”

De scholen waar Boerebach werkt doen bovendien al regelmatig projecten die raken aan duurzaamheid. Dit is vaak in samenwerking met externe partijen, bijvoorbeeld leerlingen die meehelpen met de watermetingen van de Hogeschool Zeeland en Dow Chemical. “Dat heeft vaak een grotere maatschappelijke relevantie. Wees dus gespitst op kansen en mogelijkheden.”

Iedere groep krijgt twee keer per jaar een leskist van natuur- en milieueducatie (NME) en zij geven ook gastlessen. “Vorig jaar ging het over papierrecycling, dit jaar is het plastic. De onderwerpen wisselen, maar de structuur is er: twee keer per jaar doen we een project.”

Duurzaamheid verankeren
Die structuur is volgens Boerebach erg belangrijk. “Vaak worden dingen aangeboden in projectvorm, zoals lesmateriaal over het waterschap, elektriciteit of zonnepanelen. Maar dat is allemaal eenmalig. Je moet er zelf een soort verband in brengen.”

“Projectweken en thema’s zijn incidenteel. Wil je het verankeren dan moet het toch in je methode.” De laatste jaren moesten de boeken voor wereldoriëntatie vernieuwd worden. Daarbij heeft Boerebach heel bewust gekeken naar welke thema’s bij welke methodes aan bod komen. “Dat is een manier om het structureel te doen.” 

Volgens Boerebach is het bovendien belangrijk om duurzaamheid onderdeel te maken van de visie van je school - maar ook van het onderwijs in het algemeen - om het geloofwaardig en structureel te maken. “Daarom ben ik heel benieuwd naar de komende curriculumontwikkeling. Duurzaamheid moet opgenomen worden in de kerndoelen, dan gaan methodemakers alles herzien om te voldoen."

“Gewoon heel leuk en boeiend”
Duurzame activiteiten moeten natuurlijk aansluiten bij de vaardigheden en interesses van kinderen. “Bij jonge kinderen gaat het in eerste instantie om een duurzaam gedragspatroon. Dan wordt duurzaamheid onderdeel van het normale gedrag, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.” Je kunt ze bijvoorbeeld heel goed leren over papierrecycling door iets te maken waarbij je papier hergebruikt. “Zo leren ze dat je met spullen die we normaal weggooien hele leuke dingen kunt doen.”

“Bij oudere kinderen wordt het reflectiever en gaan we meer technisch kijken, bijvoorbeeld door bij te houden hoeveel water je op een dag gebruikt.” Boerebach wil bij het komende project over duurzaamheid dan ook graag de hogere klassen betrekken bij het verduurzamen van de school. “Daar zijn kinderen heel gemotiveerd voor.”

Volgens Boerebach spreekt vooral het technische aspect kinderen erg aan. “Die kant vinden ze altijd leuk. Dat zie je bij een bezoek aan het waterschap en de rioolwaterzuivering.” Een andere favoriet is de box om zelf papier te maken met oude kranten. “Kinderen vinden duurzaamheid gewoon heel leuk en boeiend.”

Afval op school
Op de scholen van Boerebach wordt uitgebreid aandacht besteed aan afvalscheiding. De school is ook het inzamelpunt voor het dorp. Inwoners kunnen er batterijen, elektrische apparaten, stiften, kleding en plastic dopjes kwijt. 

“De opbrengsten daarvan steken we in andere verduurzaming, bijvoorbeeld al het wegwerpplastic weren uit de school.” Zo zijn er stalen bekers en bestek aangeschaft om te gebruiken tijdens vieringen of de overblijf. Zo moet de totale hoeveelheid afval afnemen. “De afvalverwerker weegt ons afval. Zo kunnen we de ontwikkeling zien: produceren we nou ook minder afval?”

Inkoop van nieuwe spullen
Ook bij de inkoop van spullen let Boerebach zo veel mogelijk op het duurzaamheidsaspect. “Dat kan wel lastig zijn. Bijvoorbeeld stiften van gerecycled plastic is heel makkelijk, maar denk eens aan de keuze tussen het gebruik van boeken of tablets. Daar wordt het heel ingewikkeld.”

Duurzame inkoop levert bovendien nog wel eens discussies op met de penningmeester. “Soms zijn milieuvriendelijke materialen wel duurder. Dan moet ik toch beargumenteren dat ik die duurdere wil. Ik probeer daar redelijk principieel in te zijn. En ik vind het feit dat dit iedere keer een terugkerend aspect van het gesprek is al winst.”

“Ik zeg heel vaak: waarom mag duurzaamheid niets kosten? De milieuwinst is misschien abstract, het is niet in jouw portemonnee, maar het is wel maatschappelijke winst.”