Een korte zoektocht naar lesmateriaal over duurzaamheid op Google geeft genoeg resultaten om een paar schooljaren mee te vullen. Maar wat doen docenten eigenlijk zelf al? In deze rubriek geven we een podium aan docenten die op hun eigen manier duurzaamheid proberen te integreren binnen én buiten hun lessen. Vandaag: Ton Heimerikx van De Steiger.

Ton Heimerikx is directeur van de Steiger, school voor praktijkonderwijs in Lelystad. Hij leert ons dat duurzaamheid helemaal niet moeilijk of abstract hoeft te zijn. In de praktijk is er juist ontzettend veel te doen!

Lessen over voedsel, textiel en plastic
Heimerikx heeft op zijn school lessen opgezet over voedsel, textiel en plastic voor alle eerstejaars. De lessen baseerde hij op de IKcircuLEER lesbrieven. Deze zijn gemaakt voor het vmbo, maar Heimerikx heeft ze zelf aangepast om beter aan te sluiten bij het niveau van praktijkonderwijs.

Daarom maakte hij de lessen zo praktisch mogelijk en deed zo min mogelijk uit een boekje. Hij ging bijvoorbeeld met een klas naar de supermarkt, waar ze per leerling voor twee euro aan duurzaam voedsel mochten uitkiezen. De leerlingen kregen een lijstje met keurmerken mee en eenmaal in de supermarkt bestudeerden ze aandachtig de verpakkingen. Bij het uitkiezen van producten kwamen natuurlijk ook weer andere vaardigheden als overleg en hoofdrekenen kijken.

Afvalscheiding op school
Drie jaar geleden is de school begonnen met afvalscheiding. Ze hebben duidelijke, grote afvalbakken in verschillende kleuren voor verschillende soorten afval. “De kleurduiding helpt mijn leerlingen. En ik kan er ook echt van genieten als een leerling het afval in de juiste bak gooit.”

Heimerikx zou andere docenten ook aanraden te beginnen met afvalscheiding als ze het onderwerp duurzaamheid de school in willen brengen. “Het scheiden van afval is het meest tastbaar en je kunt er direct mee aan de slag.”

Met leerlingen naar de kringloop
Heimerikx neemt leerlingen mee naar de kringloopwinkel om ze te laten zien dat je oude spullen weer een nieuw leven kunt geven. “Vaak weten leerlingen niet hoe dat gebeurt. Ze denken dat het vies is. We nemen ze mee achter de schermen om te laten zien dat de kleding niet vies is en materialen goed schoongemaakt worden.”

Zo leren de leerlingen dat het niet altijd nodig is om nieuwe spullen te kopen. Dat is niet alleen beter voor het milieu, maar ook goed voor jongeren zelf. Sommige daarvan hebben niet veel te besteden en de kringloopwinkel biedt dan uitkomst.

Ook zijn er leerlingen die van van oude materialen weer iets bruikbaars maken, wat ze dan mogen verkopen in de kringloopwinkel. In de praktijk blijkt: werken met oude materialen is eigenlijk best wel leuk!

Circulaire economie in de school
Binnen de school wordt veel met restmaterialen gewerkt, bijvoorbeeld in het vak Wonen en Techniek. Ze zijn nu bezig met het opknappen van een lokaal. “Oud denken zou zijn: we huren een stukadoor in. Nu doen we het samen met leerlingen en maken we gebruik van oud hout. En de leerlingen leren zo veel vaardigheden: meten, zagen, enzovoorts. Duurzaamheid ten dienste van vaardigheden!”

Stapje voor stapje leerlingen bewust maken
“Ik probeer mijn leerlingen bewust te maken door middel van kleine stapjes.” Daar is soms wat geduld voor nodig. “Soms gaat de afronding fout. Dan doet een leerling die het schoolplein schoonmaakt het afval in de juiste zak, maar gaat de zak toch in de verkeerde afvalbak. Daarom heb je tijd en geduld nodig. En je moet dan duidelijk uitleggen waarom je iets doet.”

Heimerikx geeft aan dat taal heel belangrijk is om leerlingen te bereiken, vooral omdat veel van zijn leerlingen laaggeletterd zijn. “De boodschap moet heel duidelijk zijn en goed geformuleerd. Dat is een belangrijke uitdaging.”

Verder zou hij andere docenten aanraden om leerlingen zo veel mogelijk zelf te laten ervaren dat duurzaam handelen niet vervelend is. Zo legde hij in zijn les eens het verschil uit tussen een normale komkommer en een ‘kromkommer’. “Dan hebben we het over wat ze daarvan vinden. En we gaan natuurlijk kijken of ze verschil proeven. Ik wil dat ze het zo veel mogelijk zelf ervaren. Dat is kenmerkend voor het praktijkonderwijs.”

Collega’s meenemen in duurzaamheid
Ook zijn collega’s probeert Heimerikx te besmetten met zijn enthousiasme voor circulariteit en duurzaamheid. Dat doet hij niet door ze de les te leren, maar vooral door zelf het goede voorbeeld te geven. “Ik zeg altijd: gras gaat niet sneller groeien als je eraan gaat trekken.”

Hij nam zijn collega’s bijvoorbeeld mee naar de kringloopwinkel, waarna ze enthousiast terug op school kwamen. En hij wees een horecadocent op de MBO Challenge Voedselverspilling. Die raakte daardoor geïnspireerd om zelf ook met voedselverspilling aan de slag te gaan.

Het ambachtscentrum van de toekomst
Heimerikx heeft als droom voor het onderwijs in Lelystad een upcycle ambachtscentrum, waar verschillende scholen en onderwijsniveaus kunnen samenwerken. Daar zouden jongeren van oude materialen weer mooie producten kunnen maken. “Studenten van het HBO kunnen goed nadenken over creatieve oplossingen voor restafval. Ze zouden dat dan mooi als project met mijn leerlingen kunnen doen.”

Ook zou hij graag meer samenwerking zien wat betreft duurzaamheid tussen praktijkscholen in Nederland, zodat ze elkaar kunnen helpen. “Voor deze doelgroep is niet veel aandacht. Dat is soms irritant, maar je moet er toch zelf voor zorgen dat je erbij hoort.”