Leren voor Morgen zet duurzame ontwikkeling in de onderwijspraktijk op de kaart. Er zijn diverse evenementen, organisaties en projecten - zoals te zien op onze website. Maar duurzame ontwikkeling krijgt niet alleen aandacht in de praktijk; er wordt ook wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Hoe wordt onderwijs voor duurzame ontwikkeling in het hoger onderwijs aangepakt? En wat leert het onderwijs ons over de circulaire economie en circulaire producten? In dit artikel lees je over twee onderzoeken met deze vragen als basis, uitgevoerd aan twee Nederlandse universiteiten.

Duurzame ontwikkeling toetsen

Onderwijs voor duurzame ontwikkeling vraagt om een brede, vakoverstijgende aanpak. Duurzaamheid raakt immers veel thema’s in de samenleving. Duurzaamheidsvraagstukken vereisen dus de inzet van kennis uit verschillende vakgebieden.

Deze zogenoemde trans-disciplinaire aanpak is een grote uitdaging voor het onderwijs. Duurzaamheidsvraagstukken worden in de vakliteratuur beschreven als wicked problems. Dit houdt in dat zowel de vraag als het antwoord van het probleem moeilijk te definiëren is; het is onduidelijk en constant aan verandering onderhevig. Omdat duurzaam onderwijs complex is, is er nog weinig onderzoek gedaan naar hoe de effectiviteit van duurzaam onderwijs getoetst kan worden.

Boundary crossing framework

Universitair docenten Judith Gulikers en Carla Oonk van de Universiteit Wageningen hebben dit echter wel gedaan. Ze onderzochten hoe studenten in het hoger onderwijs leren in trans-disciplinaire omgevingen. Hierbij keken ze hoe studenten omgaan met projecten waarin verschillende disciplines, culturen en opvattingen samenkomen. Zij introduceren het boundary crossing framework. Met dit kader wordt het leerproces van studenten in duurzaamheidsprojecten geëvalueerd. Hiermee willen ze trans-disciplinair leren zichtbaar maken en helpen bij het vormgeven en beoordelen van duurzaam leren.

Het kader kan op twee manieren worden ingezet. Het wordt gebruikt om het leerproces bij complexe duurzaamheidsvraagstukken te evalueren. Het kader maakt de ontwikkeling van de studenten beter zichtbaar en meetbaar. Daarnaast kan het kader gebruikt worden om nieuw materiaal voor duurzaamheidsonderwijs te ontwikkelen. Het kader bereidt studenten voor op een onzekere vraagstukken, waarin oplossingen uit verschillende disciplines moeten worden aangedragen.

Circulaire economie en circulair produceren

Helen Kopnina bekeek de conclusies van onderzoek dat studenten deden naar circulaire economie en cradle to cradle. De studenten onderzochten de circulariteit van herbruikbare waterflessen. De conclusies waren dat de materialen van deze producten niet volledig circulair zijn. Helen Kopnina onderzocht wat deze conclusies zeggen over de kwaliteit van deze begrippen.

De materialen van de onderzochte waterflessen kunnen slechts beperkt worden ge-upcycled. Upcyclen is een vereiste voor de circulaire economie. Het houdt in dat materialen aan het eind van het producten kunnen worden hergebruikt, zonder dat er waarde verloren gaat. Bij upcycling wordt de waarde van de materialen juist vergroot. Ecologische materialen worden na gebruik voedingsstoffen voor de natuur. Andere materialen kunnen worden hergebruikt en worden onderdelen voor nieuwe producten.

In theorie leidt de circulaire economie dus tot duurzame producten, maar in de praktijk blijkt dit ideaal niet zo makkelijk haalbaar.

Studenten leren zo dat het toepassen van de circulariteit in productie een uitdaging is. Andersom worden producten die als circulair worden gepromoot ontmaskerd. Deze bevindingen leiden er hopelijk toe dat circulaire productieprocessen in de toekomst wel werkelijkheid worden.

Duurzaamheidsonderwijs

Er vindt dus onderzoek plaats naar de rol die duurzame ontwikkeling in het onderwijs kan spelen. De ontwikkeling van een nieuw kader om leerprocessen in duurzaamheidsonderwijs te evalueren, heeft ertoe geleid dat duurzame onderwerpen voor docenten makkelijker te behandelen zijn. Daarnaast heeft onderwijs over de circulaire economie geleid tot nieuwe inzichten over de werkelijke circulariteit van zogenaamd duurzame producten. Beide onderzoeken die hier beschreven zijn, tonen het belang van onderwijs voor duurzame ontwikkeling aan en geven het een nieuwe impuls.

Ben je nieuwsgierig geworden en wil je de volledige onderzoeken lezen? Je kan ze hier vinden:

Towards a Rubric for Stimulating and Evaluating Sustainable Learning

Gulikers, J., & Oonk, C. (2019). Towards a Rubric for Stimulating and Evaluating Sustainable Learning. Sustainability, 11(4), 969.

Circular economy and Cradle to Cradle in educational practice

Kopnina, H. (2018). Circular economy and Cradle to Cradle in educational practice. Journal of Integrative Environmental Sciences, 15(1), 119-134.